Vanaf 6 mei 2015 hangt in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam MEER DAN 1000 WOORDEN. Een foto- en verhalententoonstelling over beeldvorming, perceptie, associaties. De hele maand mei hangen de foto's van Don Wijns met teksten van Menno Bosma, Amber Dujardin, Theo van Oeffelt, Birgitta Langen en Jeanne van Rooij. Een gesamtkunstwerk, dat we uitbreiden met een bijdrage van theatergroep ‘wordt vervolgd‘ op 28 mei. Die avond organiseren we een ‘finnisage’ - in de Zwijger.

éen van de verhalen leest u hier helemaal
DE MAGISCHE SCHELP van AMBER DUJARDIN 

De gloeiende wangetjes voelden prettig aan tegen de blote arm van Ammique, die in de schaduw voor het café was gaan zitten. Hij mijmerde een beetje voor zich uit, en nam gedachteloze slokjes van zijn lauwe
prosecco. Binnen hoorde hij de schelle lach van Andrea, die haar brede kaken nooit lang op elkaar leek te kunnen houden. In haar witte jurk, die veel te strak om haar bovenlijf zat zodat haar borsten werden ingesnoerd als rollades, danste ze wild in het rond. Ammique kon zich niet meer herinneren waarom hij naar de bruiloft was gekomen.

Het slaperige gezichtje van Matteo bewoog heen en weer langs zijn arm. Ammique vervloekte zichzelf om zijn goedmoedigheid, omdat hij altijd weer de aardige jongen uit moest hangen. Met een ruk stond hij op en dronk zijn glas in één teug leeg. Verbaasd keken de andere gasten toe hoe Ammique met zijn zoontje de zonovergoten pier op liep, weg van het feest. Met zijn brede, harige armen pakte hij het jongetje op en drukte het warme lijfje onhandig tegen zich aan. Zijn donkere haren roken naar zeezout.

‘Ik kan zelf lopen hoor!’ Met maaiende armen maakte Matteo zich los uit de greep van zijn vader en rende voor hem uit naar het water. Het begon al te schemeren; duizend kleuren werden weerkaatst op het glinsterende zeeoppervlak dat zich voor hen uitstrekte aan het eind van de pier. Er was een briesje opgestoken en de groene trui van Matteo bolde op in de wind. Hij bestudeerde aandachtig een leguaantje dat zich op de warme stenen had geïnstalleerd. Hoe gemakkelijk verplaatsen kinderen hun aandacht toch?

Een stukje verderop zag hij de nichtjes van Andrea, die parmantig achter een bal aanrenden in hun witte jurkjes. Op hun rug zaten grote strikken, waardoor de meisjes eruit zagen als paaseieren. Zou Andrea die kleren hebben uitgezocht? Haar moeder had een ouderwetse fourniturenwinkel en het zou Ammique niets verbazen als ze zich weer eens omver had laten praten door dat bemoeizuchtige oude mens. Een van de meisjes draaide zich naar hem om en zwaaide met wilde armbewegingen. Ammique vermande zich en liep naar de meisjes toe. Het was hem altijd een raadsel gebleven waarom hij zo populair was bij kinderen.

‘Dag dames, maken jullie die mooie jurkjes niet vies?’ Het blonde meisje fronste haar wenkbrauwen en wierp hem een misprijzende blik toe. Misschien was die populariteit toch niet zo groot als hij zich inbeeldde.

‘Mag Matteo met ons spelen?’ Matteo! In zijn verstrooidheid was Ammique vergeten om zijn zoontje in de gaten te houden. Koortsachtig keek hij om zich heen, met zijn ogen knipperend tegen het felle zonlicht. 

In een drafje liep hij terug naar het begin van de pier, zich een weg banend tussen verliefde stelletjes en slenterende dagjesmensen. Daar vond hij zijn zoontje, die verdiept was in een ingewikkeld patroon van schelpen en takjes dat in het zand lag. Ammique liep naar beneden en hurkte bij het jongetje neer. Hij moest denken aan de laatste keer dat ze met z’n drieëen op vakantie waren en slikte.

‘Ken je het verhaal van de magische schelp?’
Matteo sloeg zijn ogen op terwijl hij met één hand aan de takjes bleef friemelen.

“Lang geleden spoelde er een bijzondere schelp aan op het strand. Het was een hele mooie schelp met blauwe en gouden kleuren, die glommen in de zon. De schelp was zo mooi dat niemand hem durfde aan te raken… Langzamerhand verbleekten de kleuren en de schelp raakte steeds verder bedolven onder een laag stuifzand. Maar wat niemand wist, was dat er diep in de schelp een klein elfje woonde. Door het elfje gaf de schelp ‘s nachts licht in het donker, en bij volle maan veranderde zij de zandkorrels die de schelp binnen kwamen dwarrelen in goudpoeder. Laat in de avond liep een arme visser over het strand. Hij was op zoek naar een cadeautje voor zijn jarige vrouw, maar omdat hij al dagen geen vis had gevangen had hij geen geld om iets moois te kopen. 
Toen zag de visser opeens iets fonkelen. Hij liep naar het hoopje zand toe en veegde met zijn oude handen de schelp schoon. Het elfje was blij dat iemand haar schelp eindelijk had gevonden en blies wat goudpoeder naar buiten. De visser schudde zijn hoofd van verbazing. Een schelp die goud maakte? Dat kon toch niet!
Maar hij was nog veel verbaasder toen er plotseling een klein elfje uit de schelp tevoorschijn kwam. Met haar toverstaf tikte ze drie keer op de schelp.‘Begraaf mij telkens bij volle maan op het strand en het zal je aan niets ontbreken.’ En zo gebeurde het. Totdat de visser na een aantal jaar een verkeerde schelp mee terug nam van het strand. Toen hij terugging om de magische schelp te zoeken, was die nergens meer te vinden… De schelp zwerft dus nog altijd ergens rond, terwijl het elfje wacht op een nieuwe vinder die ze gelukkig kan maken.”

Matteo leek in gedachten verzonken. Toen sprong hij op en pakte de grote witte schelp die op zijn bouwwerk lag. ‘Is dit dan de magische schelp!?’ Zijn zoontje hield het weekdierhuisje tegen het licht en keek hem aan met vragende ogen. Ogen die helemaal niet leken op zijn eigen grijze knikkers, maar op de grote donkere ogen van Andrea.